Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BA2735

Datum uitspraak2007-04-10
Datum gepubliceerd2007-04-17
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank Haarlem
Zaaknummers15/694016-06
Statusgepubliceerd


Indicatie

Onderzoek Vink; steunfraude. Verdachte heeft - gelet op de bewezenverklaring - langdurig en stelselmatig op formulieren van de Sociale Dienst respectievelijk de Afdeling Sociale Zaken en Werkgelegenheid van de Publiekdienst Gemeente Haarlem welke op haar naam waren gesteld, onjuiste inlichtingen verstrekt. Immers, verdachte heeft vanaf mei 2001 in strijd met de waarheid vragen over vermogenstoename niet ingevuld of met neen beantwoord, terwijl sedertdien meerdere auto’s op haar naam zijn gezet. Voorts heeft verdachte inkomsten uit eigen onderneming (“[bedrijf A]”) in 1998 niet opgegeven, een door haar in 2001 ontvangen erfenis verzwegen en haar werkzaamheden voor “[bedrijf B]” (tussen 2004 en 2006) op de formulieren Inkomstenverklaring Wet werk en bijstand niet ingevuld. Bovendien is door verdachte aan de Sociale Dienst geen melding gemaakt van het feit dat zij sedert november 2005 samenwoonde en een gezamenlijke huishouding voerde met haar partner [betrokkene] op het adres [adres] te Haarlem, in één van de wagens op het woonwagenkamp. Door hiervan geen melding te maken behield verdachte een zogenaamde alleenstaande ouder uitkering waar zij, gelet op die samenwoning, geen recht op had. Zie voor overige uitspraken in dit onderzoek o.a. BA2737, BA2740, BA2741, BA2743, BA2744, BA2746, BA2749, BA2751 en BA2754.


Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM SECTOR STRAFRECHT MEERVOUDIGE STRAFKAMER Parketnummer: 694016-06 Uitspraakdatum: 10 april 2007 Tegenspraak VERKORT STRAFVONNIS (art. 138b Sv) Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 23 januari 2007, 22 maart 2007 en 27 maart 2007 in de zaak tegen: [verdachte], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], wonende te (2031 VA) [geboorteplaats], [adres], feitelijk verblijvende te [woonplaats]. 1. Tenlastelegging Aan verdachte is tenlastegelegd dat zij in of omstreeks de periode van 01 januari 1995 tot en met 28 februari 2006, in elk geval op een of meer tijdstippen gelegen in 1995 en/of 1996 en/of 1997 en/of 1998 en/of 1999 en/of 2000 en/of 2001 en/of 2002 en/of 2003 en/of 2004 en/of 2005 en/of 2006 te Haarlem, in elk geval in Nederland, terwijl aan haar, ver-dachte, een uitkering krachtens Algemene Bijstandswet en/of Algemene bijstandswet en/of Wet werk en bij-stand was toegekend, meermalen, althans eenmaal, (telkens) een of meer geschrift(en), te weten (onder meer): 1. een heronderzoeksformulier d.d. 22 oktober 1995 (p. 4729 e.v.) en/of 2. een heronderzoeksformulier d.d. 23 april 1999 (p. 4737 e.v.) en/of 3. een heronderzoeksformulier d.d. 27 november 2000 (p. 4744 e.v.) en/of 4. een heronderzoeksformulier d.d. 10 december 2001 (p. 4751 e.v.) en/of 5. een heronderzoeksformulier d.d. 02 januari 2003 (p. 4758 e.v.) en/of 6. een inkomstenverklaring d.d. 29 juni 1996 (p. 4814) en/of 7. een inkomstenverklaring d.d. 02 januari 1997 (p. 4815) en/of 8. een inkomstenverklaring d.d. 29 december 1997 (p. 4817) en/of 9. een inkomstenverklaring d.d. 04 februari 1998 (p. 4818) en/of 10. een inkomstenverklaring d.d. 04 november 1998 (p. 4821) en/of 11. een inkomstenverklaring d.d. 05 maart 1999 (p. 4822) en/of 12. een inkomstenverklaring d.d. 03 januari 2000 (p. 4824) en/of 13. een inkomstenverklaring d.d. 08 mei 2001 (p. 4831) en/of 14. een inkomstenverklaring d.d. 05 februari 2002 (p. 4837) en/of 15. een inkomstenverklaring d.d. 05 november 2002 (p. 4843) en/of 16. een inkomstenverklaring d.d. 31 juli 2003 (p. 4849) en/of 17. een inkomstenverklaring d.d. 02 februari 2004 (p. 4853) en/of 18. een inkomstenverklaring d.d. 29 september 2004 (p. 4857) en/of 19. een inkomstenverklaring d.d. 01 januari 2005 (p. 4859) en/of 20. een inkomstenverklaring d.d. 30 november 2005 (p. 4867) en/of 21. een inkomstenverklaring d.d. 04 februari 2006 (p. 4869) en/of 22. een inkomstenverklaring d.d. 26 februari 2006 (p. 4873), elke zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt en/of vervalst, immers heeft zij, verdachte, opzettelijk valselijk niet, in elk geval niet volledig, op genoemd(e) geschrift(en) vermeld en/of doen vermelden - dat zij (sinds 1997) samenwoont en/of een gezamenlijke huishouding voert met [betrokkene] en/of - dat zij nimmer woonachtig is geweest op het adres [adres] te Haarlem, en/of - dat zij, tezamen met [betrokkene] in bezit was van vermogensbestanddelen, waarvan de (gezamenlijke) waarde vanaf september 1996 (structureel) boven bijstandnorm voor een gezin lag en/of - dat zij werkzaamheden heeft verricht binnen haar (eigen) onderneming genaamd "[bedrijf A]" en/of daaruit inkomsten heeft genoten en/of - dat zij een erfenis, althans een geldbedrag, heeft ontvangen (van 4.056,63 euro) en/of - dat zij werkzaamheden heeft verricht bij "[bedrijf B]" (zijnde het bedrijf van [betrokkene]) en/of (daaruit) inkomsten heeft genoten, en/of (telkens) genoemd(e) formulier(en) voorzien van een of meer handtekening(en) ter bevestiging van de juistheid van de daarin gedane opgave(n), zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken; 2. Voorvragen De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. 3. Bewijsbeslissingen 3.1 Bewijsmiddelen Het proces-verbaal van de Sociale Recherche Haarlem, Afdeling Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Bureau Debiteurenbeheer en Fraudebestrijding, genummerd [nummer]. 3.2 Bewezenverklaring De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan in dier voege dat: zij in de periode van februari 1998 tot en met 28 februari 2006, te Haarlem, terwijl aan haar, verdachte, een uitkering krachtens Algemene Bijstandswet of Algemene bijstandswet of Wet werk en bijstand was toegekend, telkens een geschrift, te weten onder meer: 4. een heronderzoeksformulier d.d. 10 december 2001 of 5. een heronderzoeksformulier d.d. 02 januari 2003 of 9. een inkomstenverklaring d.d. 04 februari 1998 of 13. een inkomstenverklaring d.d. 08 mei 2001 of 14. een inkomstenverklaring d.d. 05 februari 2002 of 15. een inkomstenverklaring d.d. 05 november 2002 of 17. een inkomstenverklaring d.d. 02 februari 2004 of 18. een inkomstenverklaring d.d. 29 september 2004 of 19. een inkomstenverklaring d.d. 01 januari 2005 of 20. een inkomstenverklaring d.d. 30 november 2005 of 21. een inkomstenverklaring d.d. 04 februari 2006 of 22. een inkomstenverklaring d.d. 26 februari 2006, elke zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt immers heeft zij, verdachte, opzettelijk valselijk niet, in elk geval niet volledig, opgenoemd geschrift vermeld en - dat zij sinds november 2005 samenwoont of een gezamenlijke huishouding voert met [betrokkene] of - dat zij nimmer woonachtig is geweest op het adres [adres] te Haarlem, of - dat zij in bezit was van vermogensbestanddelen of - dat zij binnen haar onderneming genaamd "[bedrijf A]" inkomsten heeft genoten of - dat zij een erfenis heeft ontvangen van 4.056,63 euro of - dat zij werkzaamheden heeft verricht bij "[bedrijf B]" zijnde het bedrijf van [betrokkene] en/of daaruit inkomsten heeft genoten, en telkens genoemd formulier voorzien van een handtekening ter bevestiging van de juistheid van de daarin gedane opgave(n), zulks telkens met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken; Voor zover in de bewezenverklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in haar verdediging. Hetgeen aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. 4. Strafbaarheid van het feit Het bewezenverklaarde levert op: Valsheid in geschrifte, meermalen gepleegd. 5. Strafbaarheid van verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar. 6. Motivering van sanctie en van overige beslissingen 6.1 Vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het tenlastegelegde feit en vordert dat ter zake een gevangenisstraf voor de duur van acht maanden en daarnaast een werkstraf voor de duur van 240 uur zal worden opgelegd. 6.2 Hoofdstraf Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. In het bijzonder heeft de rechtbank het navolgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft - gelet op de bewezenverklaring - langdurig en stelselmatig op formulieren van de Sociale Dienst respectievelijk de Afdeling Sociale Zaken en Werkgelegenheid van de Publiekdienst Gemeente Haarlem welke op haar naam waren gesteld, onjuiste inlichtingen verstrekt. Immers, verdachte heeft vanaf mei 2001 in strijd met de waarheid vragen over vermogenstoename niet ingevuld of met neen beantwoord, terwijl sedertdien meerdere auto’s op haar naam zijn gezet. Voorts heeft verdachte inkomsten uit eigen onderneming (“[bedrijf A]”) in 1998 niet opgegeven, een door haar in 2001 ontvangen erfenis verzwegen en haar werkzaamheden voor “[bedrijf B]” (tussen 2004 en 2006) op de formulieren Inkomstenverklaring Wet werk en bijstand niet ingevuld. Bovendien is door verdachte aan de Sociale Dienst geen melding gemaakt van het feit dat zij sedert november 2005 samenwoonde en een gezamenlijke huishouding voerde met haar partner [betrokkene] op het adres [adres] te Haarlem, in één van de wagens op het woonwagenkamp. Door hiervan geen melding te maken behield verdachte een zogenaamde alleenstaande ouder uitkering waar zij, gelet op die samenwoning, geen recht op had. Door eerdergenoemde uitkeringsinstanties niet of onjuist te informeren, dan wel formulieren valselijk in te vullen, heeft verdachte de gemeente Haarlem en daarmee de gemeenschap opzettelijk voor een aanzienlijk geldbedrag benadeeld: geld dat bestemd is voor mensen die dat werkelijk behoeven. Bij de bepaling van de strafsoort- en maat heeft de rechtbank enerzijds rekening gehouden met de ernst van de feiten en het stelselmatige karakter daarvan, doch is anderzijds afgeweken van de eis van de officier van justitie omdat de periode waarin de samenwoning en de gemeenschappelijke huishouding bewezen kon worden korter is dan waar de officier in haar vordering van uit ging. Op grond van het vorenoverwogene is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd, zij het dat deze in verband met het feit dat deze vooralsnog niet tenuitvoer behoeft worden gelegd. Daarnaast acht de rechtbank een taakstraf in de vorm van een werkstraf van na te noemen aantal uren geboden. 7. Toepasselijke wettelijke voorschriften De volgende wetsartikelen zijn van toepassing: Wetboek van Strafvordering: 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57, 225. 8. Beslissing De rechtbank: Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 3. vermeld. Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij. Bepaalt dat het bewezenverklaarde feit het hierboven onder 4. vermelde strafbare feit oplevert. Verklaart verdachte hiervoor strafbaar. Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van TWEE (2) MAANDEN, met bevel dat deze straf NIET zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat veroordeel-de zich voor het einde van de op twee jaar bepaalde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Veroordeelt verdachte tot het verrichten van HONDERDTWINTIG (120) uren taakstraf in de vorm van een werkstraf, zijnde het verrichten van onbetaalde arbeid, bij het niet naar behoren verrichten waarvan te vervangen door zestig (60) dagen hechtenis. 9. Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum Dit vonnis is gewezen door mr. Robert, voorzitter, mrs. Donders en Kalden, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier mrs. Brok en Valk, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 10 april 2007.